Barraband

De polytelis swainsonii is ook een van die prachtige Australische parkieten. Hun aantal is drastisch gedaald. Ze leven nog in een beperkt gebied rond de rivier met daar rond graslanden met verspreid struikgewas. Ze leven veelal in groepen en eten veel gras-en onkruidzaden, knoppen en bloesems, bessen, vruchten en noten.

Met zijn gele kop met daaronder een felrode keelband onderscheidt de man zich van de gewoon groene pop.

De man heeft ook een oranjegele iris en de pop een bruine. De pop heeft ook enkele rode veertjes in de dijen.

Als voeding vragen ze een goede zaadmengeling, fruit, groenvoer, eivoer en kiemzaad. maagkiezel en grit mag zeker niet ontbreken. Trosgierst is ook zeer gegeerd. Verder lusten ze ook witbrood en graszaden.

Ze kweken ook nogal vroeg in het jaar en gebruiken daarvoor een nestkast van 60cm hoog, 25x25 als grondvlak met een invliegopening van 8 cm.

Op de bodem wat schavelingen vermengd met turf en/of bloemenaarde. Hierin leggen ze vrij vroeg op het jaar 3-5 eieren en broeden gedurende 21 dagen. Na 35 dagen vliegen de jongen uit en worden nog lange tijd (4 weken) door de man gevoerd. Ze doen maar 1 nest per jaar tenzij hun eerste nest verstoord werd.

De vogels verblijven veel op de grond (graseters), ze baden graag.

De popis dominant en is zeer gevoelig aan storingen van het nestgebeuren. Absolute rust en regelmaat is een vereiste.

De vogels zijn ook stress-gevoelig waardoor er pootverlamming kan van voort komen(kan overgaan na enkele dagen of weken)

Ze kunnen wel bij andere soorten in de volière, die wel ruim moet zijn, zodat ze kunnen bewegen en niet vervetten.

Mutaties: isabel