Catharinaparkiet

De bolborchynchlus lineola lineola werd rond 1885 in Europa ingevoerd.

Het zijn stille vogels die in de natuur in de hoge bomen leven. Nogal dikwijls zijn ze in grote groepen waar te nemen.

We vinden ze vooral in Midden-Amerika terug

Het geslachtsonderscheid spitst zich het meest toe op de zwarte staarttop van de man, die bij het vrouwtje eerder miniem is. De man heeft ook een wat grovere vleugeltekening en schoudervlek. Bij de ino's brengt DNA of endoscopie uitsluitsel, maar als je twee vogels met een totaal verschillende kopvorm (popje heeft een klein smal, kort kopje, man ietwat zwaarder en langer) samen plaatst, heb je ook kans op een koppel...

Kunnen gerust in een gezelschapsvolière gehouden worden en zijn zeer vreedzaam en ook geen "slopers". Kunnen ook in een kweekkooi gehouden worden. Ontlasting heeft wel een speciaal geurtje.

Ze nemen graag de kleine parkietenmengeling tot zich, alsook eivoer, grit, sepia, een stukje appel, witloof,...

Houden van baden in niet te koud water.

Zijn best tevreden met een horizontaal broedblok van 20 x 20 x 30 cm. Met wat houtkrullen en potgrond. Bij aanwezigheid van cocosvezel zouden ze zelf een nest bouwen.

De pop legt 4-5 eitjes en bebroedt die gedurende 20 dagen. Na 5 weken vliegen ze uit en worden nog 2 weken door de ouders gevoerd.

Er zijn ook al heel wat mutaties: wildkleur, donkergroen, turquoise(zeegroen), mauve, ino, kobalt, grijs, grijsvleugel,...