Pennantrosella

Dit is een Australische parkiet van ongeveer 36cm lang. Helderrood van kleur met helblauwe keel en wangen en zwarte mantelveren met rode zoom. 

Man en pop zijn vrijwel gelijk. Pop is iets kleiner en heeft vaak een groenige aanslag op de bovenkant van de centrale staartveren. Kop en snavel zijn bij de man forser dan bij de pop. Een volwassen man heeft een serie grote witte stippen aan de onderkant van de vleugels, de pop meestal niet.

Daar het grote vliegers zijn, hebben ze nood aan een lange volière: minstens 3m op 80cm. Het zijn enorme knagers die de houten volière slopen. Dus knaaghout geven: wilgentakken, dennenhout, enz.. Zelfs het gewone gaas van de kanarievolière is niet sterk genoeg. Ze gaan er los door!!

De vogels zijn winterhard en hebben geen verwarming nodig, enkel wat vorstvrij kunnen schuilen.

Als voeding is parkietenzaad met zonnebloempitten noodzakelijk, aangevuld met eivoer, sepia, grit, maagkiezel en groenvoer: sla, andijvie, appels,... Ze baden ook graag.

Zijn tijdens het broedseizoen vrij agressief tegenover soortgenoten.

Het broedblok heeft een basis nodig van 20 op 20cm en een hoogte van 30 - 50cm, het liefst met schuin aflopende inklimwand, om het vallen op de eieren te voorkomen. Op de bodem leg ik houtkrullen vermengd met potgrond om de vochtigheidsgraad wat bij te houden.

Er komen 4 à 6 eieren die gedurende 19 à 21 dagen bebroed worden. Het kippen van de jonge kan lang duren. Na 5 weken vliegen ze uit.

De jonge vogels zijn nogal groenig , maar verkleuren vrij vlug naar rood.

Kweken één à twee nesten op per jaar.

Er zijn reeds heel wat mutaties: blauw,geel, cinnamon, pastel, fallow, oranje, lutino en bont