Roodrugparkiet

De psephotus haematonotus werd voor het eerst in Europa ingevoerd in Engeland in 1858. Hij komt in het wild voor in het ZO- NO en NW van Australië.

Het zijn sterke vogels, van wie de man een melodieus gezang laat horen. Men noemt hem dan ook de zangparkiet.

De vogel is zo'n 25 cm groot en er is een wezenlijk verschil tussen man en pop: namelijk de rode stuit bij de man.

Als voeding geeft men een goede parkietenmengeling met daarbij eivoer, grit, maagkiezel en sepia. Drink- en badwater mogen zeker ook niet ontbreken. Een stukje fruit lusten ze ook wel.

Na 1 jaar zijn ze geslachtsrijp en gaan kweken in nestblokken met 15cmx15cm grondvlak en 35-40cm diep. Wat houtkrullen vermengd met potgrond kan dienst doen als bodembedekking.

De kweek begint rond april en de pop legt zo'n 5-7 eitjes, om de twee dagen. Ze begint te broeden op het derde ei en dit gedurende 18-20 dagen. Na ongeveer een maand verlaten de jongen het nest. Ze worden dan nog een 10-tal dagen door de ouders gevoederd. Soms kan de man agressief worden tegenover jonge mannetjes. Dit moet men goed opvolgen en desgevallend ingrijpen.

Er zijn reeds heel wat kleurslagen: wildkleur, cinnamon, pastel, fallow, ino, blauw, zeegroen, bont, opaline,...

Er kunnen ook kleurcombinaties ontstaan: b.v. cinnamon opaline,...

Het zijn ook goede pleegouders voor andere sierparkieten zoals rosella's b.v.