Rozeborst baardparkiet

 Psittacula alexandri 

De Rozeborst baardparkiet kent 7 ondersoorten. Ze zijn te vinden ten oosten van Indië (niet in Indië zelf) en ook enkele in Indonesië.
Ze leven er in verschillende soorten landschappen, maar altijd zijn het open gebieden tot op een hoogte van 2000m. Ook in parken en tuinen is hij een veel geziene gast. Hun aantal is nog groot tot zeer groot. Alleen plaatselijk is er een terugval door de vangst voor export. 


Ze trekken in groepjes van 10 tot 50 vogels, waarbij ze meestal in hun lage vlucht opgemerkt worden. Ze zijn altijd luidruchtig, Ze hebben een trompetachtig geroep. Alleen tijdens het eten zijn ze stil. Ze blijven meestal in eenzelfde gebied, tenzij de voedselvoorraad er zo gering geworden is, dat verhuizen een noodzaak geworden is. Tijdens de rijstoogst ziet men soms vluchten van meer dan 10.000 vogels (!). Dan zijn ze op zoek naar paddy (ongepelde rijst).

Er is een verschil tussen man en pop: mannen hebben een rode snavel en de poppen een zwarte.


Ze eten zaden, fruit, bessen, kleine noten, blad-knoppen, bloemen en nectar. Vaak brengen ze grote schade toe aan rijstvelden.
De start van het broedseizoen is afhankelijk van de plaats (hoogte) en de weersomstandigheden. Ze nestelen in holle takken van dode bomen. Oude spechtennesten zijn in bij baardparkieten. De nest-bodem is bedekt met rottend hout.

 Het legsel bestaat uit 3 of 4 eieren, die 22 dagen bebroed worden. Na 7 weken vliegen de jongen uit en nog eens 2 weken later zijn ze zelfstandig. In een ruime volière kan men het eens proberen met koloniekweek.

Nestkast van 60cm hoog,  grondvlak 18 x 18 , invlieggat 7-8 cm, liefst met schuine inloop.